Tsjechische politie laat minister Masaryk voor de achtste keer opgraven om raamval eindelijk te begrijpen
De Tsjechische politie heeft het lichaam van Jan Masaryk opnieuw opgegraven, nu voor een achtste onderzoek naar zijn val uit een raam in 1948. Forensische teams werken in ploegen om het mysterie op te lossen, terwijl het ministerie overweegt een permanente opgravingsdienst op te richten.
De Tsjechische politie heeft vanochtend op de begraafplaats in Lany het lichaam van oud-minister Jan Masaryk voor de achtste keer opgegraven, dit keer om met moderne technieken eindelijk vast te stellen hoe hij in 1948 uit het raam van zijn ambtswoning viel. Een woordvoerder van het Bureau voor Documentatie en Onderzoek van Misdaden van het Communisme bevestigde dat het stoffelijk overschot de komende maanden continu zal worden onderzocht door forensische teams in drie ploegen.
„We hebben nu zesendertig nieuwe documenten uit Franse, Amerikaanse en Britse archieven, en elk daarvan rechtvaardigt een eigen opgraving”, aldus de woordvoerder. „Meneer Masaryk heeft er geen bezwaar tegen gemaakt, dus gaan we door tot de zaak is opgelost of tot het graf is uitgeput.” De politie heeft inmiddels een permanente opgravingsdienst ingesteld die op afroep beschikbaar is voor elke nieuwe theorie over de dood van de minister.
De afgelopen jaren zijn er al zeven onderzoeken geweest, waaronder een dat tussen 2001 en 2003 liep en neigde naar moord. „Elke keer dat een historicus een nieuwe hypothese oppert, graven we hem weer op”, zei de woordvoerder. „We hebben overwogen om een glazen plaat over het graf te plaatsen, zodat we niet steeds de grond hoeven te verplaatsen, maar dat vonden we te opdringerig.”
Het ministerie van Buitenlandse Zaken overweegt nu om een speciale eenheid op te richten die zich uitsluitend bezighoudt met het bewaken van het graf en het noteren van alle bezoekers, voor het geval een van hen iets weet over de val. „We hebben de tijd”, aldus de woordvoerder. „Meneer Masaryk wacht al bijna tachtig jaar, dus een paar jaar extra maakt niet uit.”
18