Vuelta-organisatie laat 63 vluchters de koninginnenrit uitrijden op rollenbanken in Madrid
De twintigste etappe van de Vuelta wordt zaterdag niet in de bergen verreden, maar op een parkeerterrein in Madrid. Drieënzestig renners die in de aanval gingen, moeten de Collado del Alguacil beklimmen op identieke rollenbanken, terwijl Enric Mas in zijn leiderstrui vanaf een verhoogd podium toekijkt.
De organisatie van de Ronde van Spanje heeft besloten dat de drieënzestig vluchters van de twintigste etappe de loodzware koninginnenrit niet in de bergen afwerken, maar op een parkeerterrein in Madrid, op identieke rollenbanken die in een halve cirkel zijn opgesteld. De Collado del Alguacil wordt nagebootst met een helling van 9,8 procent die uit houten panelen is opgetrokken. Elke renner krijgt een eigen official die de weerstand bedient.
Enric Mas verdedigt zijn leiderstrui vanaf een verhoogd podium naast de rollenbanken. Zijn voorsprong van 1 minuut en 37 seconden op Primoz Roglic wordt bijgehouden op een schoolbord dat met krijt wordt bijgewerkt. Toeschouwers mogen alleen juichen als de organisatie daartoe een teken geeft. Wie te vroeg juicht, wordt door de wedstrijdjury naar de tribune achter de finishpoort verwezen.
De renners die de rollenbanken niet tijdig halen, moeten de resterende kilometers op een hometrainer in de spelersbus afleggen. De organisatie noemt het «een kwestie van logistiek en rechtvaardigheid». Volgens een woordvoerder is het niet de bedoeling dat iemand voordeel heeft van het weer of van de weg. De finish wordt verwacht rond 17.30 uur, ongeacht waar de renners zich dan bevinden.
13