Onderzoeksraad verplicht minister Van den Brink om zes maanden in een noodopvangcontainer te wonen
De Onderzoeksraad voor Veiligheid eist dat minister Van den Brink van Asiel zes maanden in een noodopvangcontainer gaat wonen, met stapelbedden, schotten en gedeelde douches, om zo de structurele verwaarlozing van 7000 kinderen zelf te ervaren.
De Onderzoeksraad voor Veiligheid heeft minister Van den Brink van Asiel een dringende aanbeveling gedaan: hij moet zes maanden in een noodopvangcontainer wonen, op een locatie met stapelbedden, schotten en gedeelde douches, om zo de leefomstandigheden van 7000 kinderen persoonlijk te ondergaan. De minister heeft de aanbeveling aanvaard en verhuist volgende week.
Ambtenaren van het ministerie hebben inmiddels een rooster opgesteld waarop de minister elke tien dagen van containerwoning wisselt, met uitschieters tot tien verhuizingen in zes maanden, om de schoolgang van zijn kinderen te simuleren. Zijn kinderen zijn ingeschreven op een school in de buurt, maar moeten telkens opnieuw wennen. De beveiliging bestaat uit één poort en een schot.
De Onderzoeksraad eist verder dat de minister zijn eigen douche deelt met vreemden en dat hij elke ochtend om zes uur zijn bed uit moet omdat de lichten aan gaan. «Wie de noodopvang bestuurt, moet er ook wonen», zegt voorzitter Chris van Dam. «Anders normaliseer je onveiligheid.»
Gemeenteraadsleden in het hele land hebben aangekondigd het voorbeeld te volgen en zich in te schrijven voor een proefperiode in de dichtstbijzijnde noodopvang. De eerste raadslid dat zich meldde, kreeg direct een stapelbed toegewezen naast een gezin dat al zeven keer was verhuisd.
13