China bouwt 1.100 kilometer lang hek van paspoortcontroles om eigen bevolking binnen te houden
Peking heeft alle grensovergangen omgebouwd tot permanente controleposten waar elke burger die het land wil verlaten eerst een fysieke hindernisbaan van douanekantoren moet afleggen.
De Chinese overheid heeft alle internationale grensovergangen omgebouwd tot permanente controleposten waar elke burger die het land wil verlaten eerst een hindernisbaan van douanekantoren, veiligheidsloketten en partijcommissies moet afleggen. De nieuwe wet die de bewegingsvrijheid beperkt, wordt in de praktijk gebracht door een hek van controleposten dat zich over ruim duizend kilometer uitstrekt langs de landsgrenzen en luchthavens.
Op de luchthaven van Peking is een aparte terminal ingericht waar reizigers gemiddeld negen uur doorbrengen in een systeem van wachtrijen die steeds opnieuw beginnen. Een douanebeambte legt uit: «We hebben de vertrekhal zo ingedeeld dat iedereen die geen toestemming heeft, na de laatste controle automatisch weer bij de eerste balie uitkomt. Dat scheelt ons veel papierwerk.»
Ambtenaren, leraren en artsen moeten sinds deze week een traject afleggen dat bestaat uit vier loketten, twee veiligheidsgesprekken en een fysieke inspectie van hun bagage door een speciaal daarvoor opgeleide hond. Wie na dit alles toch een vliegtuig haalt, wordt op de bestemming opgewacht door een Chinese functionaris die vriendelijk vraagt of de reis wel echt nodig was.
In Shanghai is een compleet nieuwe wijk gebouwd waar burgers die een paspoort aanvragen verplicht drie weken verblijven om hun loyaliteit te tonen. De wijk telt vierduizend identieke kamers en een centrale hal waar dagelijks het volkslied klinkt. Volgens een woordvoerder van het ministerie van Justitie is dit «een efficiënte manier om kennisuitstroom tegen te gaan».
Buitenlandse toeristen mogen ondertussen zonder controle doorlopen, zolang ze maar geen Chinese vrienden maken.
10