Nobelprijswinnaars economie verplichten elke Nederlander tot wekelijks mondeling economisch crisisoefening
Robert E. Hall en Michael Woodford hebben hun Nobelprijs aangegrepen om een landelijke verplichting in te voeren: iedere inwoner moet wekelijks een economische schok naspelen op straat.
Robert E. Hall en Michael Woodford hebben hun Nobelprijs voor de Economie aangegrepen om een nationale gedragscode in te voeren: elke Nederlander moet vanaf volgende week wekelijks een economische schok naspelen op straat. Het echtpaar achter de modellen voor centrale banken eist dat burgers in groepjes van vijf een energiecrisis, een pandemie of een renteschok naspelen, compleet met zelfgemaakte prijsbordjes en een huishoudboekje dat de rol van de centrale bank vertolkt.
Het ministerie van Economische Zaken heeft de oefening verplicht gesteld voor alle inwoners van Nederland. Ambtenaren delen op markten en in winkelstraten formulieren uit waarop de deelnemers moeten invullen hoeveel geld ze denken uit te geven op basis van hun verwachte toekomstige inkomen. Wie de oefening overslaat, moet een middag lang de rol van centrale bank spelen in een nagebouwd kantoor in Den Haag, met een pet op en een bordje om de nek.
De eerste proef vond plaats op het Museumplein in Amsterdam. Hall en Woodford liepen zelf voorop, in gele hesjes met de tekst «schokdemper». Omstanders moesten om de beurt een gasprijs van 4 euro per kuub naspelen en vervolgens huilen van opluchting toen de prijs weer daalde. Een woordvoerder van het Nobelcomité zei dat de oefening «precies is wat de modellen voorschrijven» en dat de prijs dit jaar «voor het eerst ook praktisch nut» heeft.
Volgende maand wordt de oefening uitgebreid naar scholen en zorginstellingen. De organisatie zoekt nog duizenden vrijwilligers om de rol van centrale bank te spelen. Wie zich aanmeldt, krijgt een gratis rekenmachine en een abonnement op het economiekatern.
1