Nederlandse pomphouders zetten adviesprijs op 271 euro per liter om tankstation leeg te houden
Nu de olieprijs boven de 100 dollar per vat uitkomt, gooien Nederlandse tankstations het over een andere boeg: ze verhogen de adviesprijs naar 271 euro per liter, zodat niemand nog durft te tanken en de voorraden op peil blijven.
De Nederlandse Vereniging van Pomphouders heeft vanochtend besloten de adviesprijs voor een liter benzine te verhogen naar 271 euro, in een poging de eigen voorraden te beschermen tegen de recordprijzen op de wereldmarkt. „We merkten dat klanten bij 2,71 euro nog gewoon bleven tanken”, zegt voorzitter Henk van der Laan. „Bij 271 euro houden ze hun pas in. Dat is precies de bedoeling.”
De maatregel volgt op de stijging van de Brentprijs naar boven de 100 dollar per vat, het hoogste niveau sinds juli. Volgens Van der Laan is de nieuwe adviesprijs niet bedoeld om winst te maken, maar om het tankstation draaiende te houden zonder dat de ondergrondse tanks binnen een week leeg zijn. „We hebben berekend dat we met deze prijs nog precies genoeg benzine overhouden voor de eigen auto’s van het personeel en de plaatselijke huisartsenpost.”
Bij een tankstation langs de A12 bij Veenendaal stond vanochtend een rij van drie auto’s, die alle drie na het zien van de prijs wegdraaiden zonder te tanken. „Ik wilde eigenlijk naar mijn moeder in Groningen”, zegt een bestuurder die alleen zijn voornaam wilde noemen. „Maar voor 271 euro per liter rijd ik liever op de fiets. Dat is nog geen 300 kilometer, maar ik heb de tijd.”
De vereniging overweegt volgende week de prijs verder te verhogen naar 542 euro per liter, mocht de olieprijs blijven stijgen. „Dan kunnen we ook de vrachtwagens van de bakker en de pakketdienst laten staan”, aldus Van der Laan. „We houden zo de regio mobiel, zolang niemand zich kan veroorloven om te rijden.”
15