DNB breidt goudkluis Londen uit tot permanente slaapzaal voor directeuren
De Nederlandsche Bank heeft 86 ton goud naar Londen verplaatst en stuurt nu ook directieleden mee, die in ploegendienst naast de goudstaven slapen om bij een crisis direct verkoopbaar te zijn.
De Nederlandsche Bank heeft de verplaatsing van 86 ton goud naar Londen opgevoerd tot een permanente bezetting: sinds deze week slaapt de voltallige directie in ploegendienst in de kluis aan de Britse hoofdstad, ieder lid binnen handbereik van een goudstaaf. „Als de crisis toeslaat, willen wij niet dat er nog iemand uit Zeist moet worden gehaald”, aldus een woordvoerder die naast een stapel staven zijn veldbed opmaakte.
De bank liet tussen maart en augustus het edelmetaal uit New York en Ottawa overbrengen naar Londen, het belangrijkste handelscentrum voor fysiek goud. Waar de directie aanvankelijk alleen het vervoer begeleidde, besloot zij na een oefening van drie minuten dat ook de leiding zelf op de verkooplocatie aanwezig moest zijn. Inmiddels is de kluis uitgerust met zestien stapelbedden, een koffiezetapparaat en een noodbel die direct verbinding maakt met de Bank of England.
Directieleden dragen dienstdoeken met daarop de actuele goudprijs en worden elke twee uur gewekt om de staven te tellen. „We hebben ontdekt dat een directeur die net wakker is sneller een verkooporder tekent dan een directeur die eerst nog drie kwartier moet reizen”, legt de woordvoerder uit. De eerste ploeg rapporteert dat de slaapkwaliteit uitstekend is, al klaagt één lid over koude voeten omdat de onderste stapelbedden op de stenen vloer staan.
De gemeente Londen heeft inmiddels een vergunning afgegeven voor de ombouw van de kluis tot woonverblijf, inclusief een nooduitgang die uitkomt op een laadperron. Volgende maand wordt een tweede kluis in gebruik genomen voor de reserve-directie, die nu nog in een hotel drie straten verderop verblijft. „We overwegen om ook de kantine te verplaatsen”, aldus de woordvoerder, „zodat niemand tijdens de lunch verder dan vier meter van het goud verwijderd is.”
19